In 1622 bouwde een Kortrijkse begijn, Barbara Bonte, op een afgelegen plaats in Kortrijk-buiten, aan de grens met Marke en Rollegem, een kapel die zij door de bisschop van Doornik ter ere van de Heilige Anna liet wijden.
Historiek1Enige tijd later werd in de nabijheid een kluizenaarshut gebouwd, waarin een eenzaat afgezonderd kwam leven. Hij legde zich de strengste boetepleging op en al vlug sloten zich nog andere kluizenaars bij hem aan om er gemeenschappelijk in armoede en gebed te leven.
In 1699 werden vier cellen bijgebouwd en ook nog een primitief schooltje, waar de heremieten de zeer landelijke bevolking wat elementaire kennis bijbrachten.
In de eerste helft van de 18de eeuw werd de Sint-Annaschool geleid door Petrus Haeck (Gent 1678 - Kortrijk 1748). Hij schreef verscheidene boeken, waaronder het bekendste wel ‘Nieuwe gemeyne zendbrieven’ was, zeer profijtig voor de jonge scholieren, om geschriftelijk alle soorten van brieven te leeren schrijven. In dit schoolboek, dat in feite de navolging was van een paar Noordnederlandse verzamelingen van modelbrieven, verwerpt hij het gebruik van eeuwenoude, totaal onaangepaste, leerboeken en pleit hij voor een moderne spelling. Ook gebruikt hij verschillende lettertypes om de jeugd eraan te wennen.
Deze jongensschool beleefde in de 18de eeuw een hoge bloei. Ze telde zowel internen als externen. In 1743 waren er naast de loopers (externen) 60 à 80 woonders (internen) en in 1792 had het internaat een zestigtal leerlingen met drie leermeesters. Uit een reglement van 1792 weten we dat de roede, o.m. op d'agterste deelen, niet gespaard werd en dat vasten, gebeden opzeggen en in schole blyven tot de klassieke straffen behoorden. Eerst Maria Theresia zou de lijfstraffen verbieden.
In 1783 schafte Jozef II alle gemeenschappen van heremieten af. Enkel op voorwaarde dat de hermietenkledij en de naam wegvielen, mocht de Kortrijkse school haar werk voortzetten. Enkele jaren later echter werden de heremieten weer als zodanig aanvaard.
Bij de inval van de Franse republikeinen werd de school vernield en de kerk werd openbaar verkocht.
Na deze woelige periode werd de school opnieuw opgericht en de kerk weer in gebruik genomen. De Sint-Annaschool ging teniet toen het Sint-Amandscollege in 1833 als gepatroneerd college werd erkend.
Kanunnik Pieter Maes uit Brugge kocht de gebouwen op een richtte er met de toestemming van het stadsbestuur een huis voor krankzinnigen in.
De gebouwen van het vroegere krankzinnigengesticht werden in 1928 door de zusters van Don Bosco voor het geven  van onderwijs weer in gebruik genomen.

Historiek2De binnenplaats van de kostschool van Sint-Anna vanuit het zuidoosten gezien vóór 1823.

Een deel van de gebouwen werd omgevormd tot kostschool (waar broeders lesgaven) voor jongens en meisjes. Vele kinderen kwamen uit Frankrijk en onder het groot verlof was Sint-Anna een vakantieoord voor kinderen uit Brussel.
Tijdens de tweede wereldoorlog van 1940 vonden veel kinderen (en ook families) een veilig onderkomen op Sint-Anna, waar ze langs ‘Winterhulp’ om, van een goede voeding en verzorging genoten.

‘Winterhulp’ werd in 1942 overgenomen door het ‘Nationaal Werk voor Kinderwelzijn’ en zo ontstond de kolonie onder de naam K.O.K.
Historiek3(Katholiek Openluchtwerk voor Kinderen). Door de tussenkomst van verschillende mutualiteiten was er de mogelijkheid voor de kinderen om er gedurende 3 maand, en zelfs langer indien nodig, te verblijven. Kinderen vanuit het hele land, velen uit Limburg vonden hier werkelijk hun thuis. Voor en na elke verblijfperiode werden er ‘scopies’ genomen, er was zelfs een eigen apparatuur voor medische onderzoeken en voor de tandarts.


Vanaf 1965 wordt de kolonie een gewoon internaat (in zover het ooit ‘gewoon’ geweest is) en beginnen de eerste externen naar de school te komen.
Historiek4Vanaf september 1975 behoort onze school tot de vzw V.K.L.O.K. ( Vrij Katholiek Kleuter en Lager Onderwijs Kortrijk) die als overkoepelende inrichtende macht 15 verschillende scholen van Kortrijk-stad en Kortrijk-rand onder haar bevoegdheid krijgt.
Tijdens de grote vakantie van 1979 start de speelpleinwerking onder de naam ‘Kinderland’.
Op 1 september 1979 komt de eerste mannelijke leerkracht (meester Eddy) op de school aan en krijgt de graadsklas van 5 en 6 toebedeeld.

Historiek5In 1982 worden de plannen opgevat om de gebouwen in verschillende fasen met de grond gelijk te maken. Kort daarop worden de eerste pannen afgehaald en zet de bulldozer zijn tanden in het gebouw. Op 1 september 1984 wordt meester Eddy op 29-jarige leeftijd directeur van de school en wordt voor de school voortaan ook de naam ‘Kinderland’ gebruikt.

Historiek6Op het einde van de grote vakantie (augustus 1985) noteren we de eerste verhuis. Het internaat en de zusters verhuizen naar de nieuwe gebouwen (fase 1). Binnen het oude gebouw verhuizen de klaslokalen naar de vroegere leefgroepen van het internaat, waardoor het deel van de school vrijkomt om afgebroken te worden.

1 september 1985. Een nieuw werk KOC (kinderopvangcentrum), met als doel residentieel en tijdelijk een alternatief leefmilieu te bieden aan kinderen, tussen 2 en 14 jaar, die zich in acute of geleidelijk gegroeide probleemsituaties bevinden, wordt opgestart en neemt eveneens een deel van de nieuwe gebouwen in.
De kinderen die daar verblijven worden Historiek7 opgenomen in de school en na wat over een weer gependel tussen Brussel en Kortrijk bereiken we dat de school erkend wordt als ‘school verbonden aan een kinderopvangcentrum’ waardoor de kinderen uit het KOC meetellen voor 1,5 in het lestijdenpakket.
Op het einde van het schooljaar 85-86 wordt de nieuwe kapel ingezegend wat eveneens betekent dat de gebouwen van fase 2 afgewerkt zijn. In het begin van de daarop volgende grote vakantie nemen de klaslokalen ‘tijdelijk’ hun intrek in de gebouwen van fase 2.

De nieuwe gebouwen en de nieuwe wind (een duidelijke visie en meer openheid) die door de opvoedende gemeenschap blaast, trekken meer en meer ‘externen’ aan en doen het leerlingenaantal toenemen.
Historiek8Op 2 oktober 1987 wordt de eerste steen gelegd van het schoolgebouw (fase 3), waarvan nu reeds geweten is dat dit gebouw veel te klein zal zijn om de expansieve school te huisvesten. Twee jaar later kunnen wij het gebouw betrekken en in de kerstvakantie verhuist de school nog maar eens. Niet alle klassen kunnen echter naar het nieuwe schoolgebouw, omdat dit wegens het enorm toenemende leerlingenaantal reeds te klein is. Er wordt geopteerd om de kleuterklassen en de eerste leerjaren in fase 2 te laten blijven.
Ondertussen worden de laatste overblijfselen van de oude gebouwen afgebroken.
Een goed jaar later worden de plannen gemaakt en de aanvraag ingediend bij DIGO om een refter en een gymzaal te bouwen (fase 4).

In 1994 kan dan uiteindelijk gestart worden met de bouwwerken. Aansluitend daarop wordt de zolder van fase 3 omgebouwd tot 2 klaslokalen en wordt er een bijkomende trap geplaatst om in orde te zijn met de brandveiligheid.
Historiek9Ondertussen hadden vele kinderen, ouders en leerkrachten al meer dan één Historiek10pralientje gegeten om de bouw van onze ‘pralineklas’ te helpen bekostigen. Het werd een grote verandaklas, gebouwd op de binnentuin die tussen de school en het rusthuis van de zusters gelegen was.
In de grote vakantie van 1995 wordt er ook een zolder van fase 2 omgebouwd tot 3 klaslokalen en wordt er op het gelijkvloers een nieuwe ruimte gecreëerd door het ombouwen van enkele kleinere lokalen tot één groot. Dit omdat de schoolbevolking alsmaar blijft groeien.
Alles kan in gebruik genomen worden vanaf september 1995. Vanaf nu wordt een deel van de lagere school ook in fase 2 gehuisvest.

In de grote vakantie van het schooljaar 96-97 wordt opnieuw een zolder in fase 2 omgevormd tot klaslokalen. Tezelfdertijd wordt er in de Provinciale Raad van de Zusters van Don Bosco beslist dat de schoolbevolking niet meer mag groeien bij gebrek aan accommodatie. Er wordt een soort numerus clausus ingevoerd waarbij kinderen die gedurende hun schoolloopbaan naar onze school willen

komen eerst op een wachtlijst ingeschreven worden en dan aanvaard worden volgens de beschikbare plaatsen. Voor dit laatste worden er enkele voorrangsregels opgesteld. Er wordt tevens besloten om die regeling niet te laten gelden voor kinderen die nog nooit naar school gegaan zijn.

Historiek11Tijdens het schooljaar 97-98 stellen we een enorme groei van het aantal kleuters vast en moeten we uitwijken naar een tuinhuis om een instapklasje in te huisvesten. Omdat dit zo niet verder kan, worden er nieuwe plannen gesmeed om nog enkele lokalen vrij te maken voor de school. De volgende plannen worden gemaakt: de wasserij van de zusters wordt beschikbaar gesteld en zal geschikt gemaakt worden om er een kleuterklas in te huisvesten, de afwasruimte wordt verplaatst dichter bij de nieuw te bouwen opvang waardoor er een nieuw klaslokaal ontstaat, er komt een nieuw gebouw dat zal dienst doen als refter en als lokaal voor de opvang, de oude refter wordt geschikt gemaakt voor een klaslokaal.
De wasserij van de zusters wordt in gebruik genomen in september 1999. Halfweg oktober 1999 wordt gestart met de bouwwerken. Op 10 januari 2000 kan het derde leerjaar c de zolder verlaten en zijn intrek nemen in het nieuw klaslokaal waar vroeger de afwasruimte was.

Historiek12Op 25 april 2000 kan dan uiteindelijk de nieuwe kleuterrefter/opvangruimte in gebruik genomen worden. Daardoor komt er een nieuwe kleuterklas bij in de vroegere kleuterrefter. De ingang van het kleutergebouw krijgt tezelfdertijd ook een grondige facelift, waardoor deze heel wat luchtiger en tevens kindvriendelijker wordt.

Gedurende het schooljaar 2000-2001 ging Kinderland voor het eerst Europees. Samen met scholen uit Marcq-en-Baroeuil (F), Greenford (GB), Warschau (P) en Gladbeck (D) stapten we in het Comenius II project. Bedoeling was via het maken van een film over een gekend literair personage uit het eigen land, een stukje geschiedenis van ieder land te leren kennen.

Historiek13Enkele jaren later (in september 2005) werd meester Eddy deeltijds coördinerend directeur van de scholengemeenschap ‘De Wijngaard’ (waartoe ook de scholen van Aalbeke en Bissegem behoren) waardoor hij ‘slechts’ deeltijds directeur bleef van Kinderland (voor wat betreft het administratieve luik). De andere helft van de directeurstaak werd ingenomen door meester Fries, die het pedagogische voor zijn rekening nam.

Hoogdagen en heuglijke momenten wisselen af met stille dagen waarin onze draagkracht op de proef wordt gesteld.  Op de dag van ons schoolfeest in 2008, moeten we vernemen dat Soetkin, de dochter van onze pedagogische directeur, na een slepende ziekte overleden is en op 20 maart 2011 komt ook Willem, de zoon van meester Fries en broer van Soetkin te sterven. Op 21 mei 2011 wonen we de uitvaartplechtigheid bij van Zr. Odette Van Den Driessche, onze leermeester godsdienst, en op 11 juni van datzelfde jaar dragen we onze ICT-coördinator Jan Demeurisse ten grave.  Door het overlijden van zijn twee kinderen en mede door gezondheidsredenen besluit meester Fries vanaf het schooljaar 2011-2012 halftijds te werken en zijn ambt als pedagogisch directeur neer te leggen.

Op 1 september 2011 mogen we dan Mevr. Sofie Eggermont verwelkomen, die het ambt van pedagogisch directeur op Kinderland opneemt. Tijdens dit schooljaar worden alle scholen geconfronteerd met het feit dat ze hun maximumcapaciteit voor het schooljaar 2013-2014 moeten kenbaar maken. Er wordt een dossier opgemaakt rond de huisvestingsproblematiek van Kinderland dat voorgelegd wordt op de Raad van Bestuur en op de provinciale raad van de zusters van Don Bosco.

Resultaat daarvan is dat de maximumcapaciteit vastgelegd wordt op 66 leerlingen per geboortejaar voor het kleuter of per leerjaar voor het lager. Om die leerlingen te kunnen huisvesten dient er een bouwdossier ingediend te worden. Maar omdat de wachttijden voor een subsidiedossier meer dan 10 jaar bedragen wordt besloten om die tijd te overbruggen door het plaatsen van 4 containerklassen.